Periodieke controle

Bij paarden tot vijf jaar moet het gebit elke zes maanden worden gecontroleerd, omdat er in die periode tamelijk veel aan het gebit verandert. Tussen de leeftijd van 2½ en 5 jaar wisselen de tanden en kiezen. Het paard kan hier hinder van ondervinden. Het kan kreupel gaan lopen op de voorhand wanneer er gewisseld wordt in het bovengebit en op de achterhand als er gewisseld wordt in het ondergebit.

Bij paarden die ouder zijn dan vijf jaar is het ook van groot belang om het gebit om de zoveel tijd door een paardentandarts te laten controleren.

Erg belangrijk is dat u uw paard laat controleren voordat u met zadelmak maken begint. Zo kunt u voorkomen dat er wolfstanden of doppen in het gebit blijven zitten. Dit kan het rijgedrag negatief beļnvloeden. Het paard kan gaan schudden met het hoofd, het hoofd opgooien of kantelen, of achter het bit gaan lopen. Slecht rijgedrag 'slijt' er sneller in dan uit!

De paardentandarts zorgt dus niet alleen voor het verhelpen van de problemen van uw paard, maar vooral voor het 'preventief onderhoud'.

Goede paardentandartsen zijn schaars; vraag daarom naar de ervaringen van andere paardenbezitters. Controleer of het werk goed is gedaan door voor en na de behandeling aan het gebit van het paard te voelen. Als de kiezen niet glad aanvoelen, dan heeft de tandarts zijn werk niet goed gedaan. Om bij de achterste kiezen te kunnen komen, heeft hij een mondklem nodig. Een tandarts die ervan uitgaat dat hij zijn werk zonder dat instrument kan doen, is geen vakman.